Proclamatie
Gekozen om als twee en dertigste prins te regeren over het Heikneutersrijk,
Baron van den Overweg tot het Vloeieind, Heieind en Vreek
Beschermheer van de brandkuil
Grootvorst in de Orde van de Groene Grasmat
Drager van de Gouden medaille van het andere Rood en Zwart
Vertrouweling van Boys en Girls
Beschermheer over het welzijn van alle Heikneuters
Eerste Prins van de Racing Boys
Geef ik u navolgende punten in overweging:
01. Een en dertig jaar na Ties den Eerste vier we op Vreek weer officieel carnaval en dat moet iedereen maar laten blijken
02. Het voorstel is bij de gemeente gedropt om de brandkuil voor carnaval te mogen vullen met bier, dan kan iedere Heikneuter hier gratis een pilske komen vatten
03. Racing Boys, de Wijkraad en het Vreek kunnen gerust zijn. Direkt na de carnaval kom ik weer bij jullie terug, al is het misschien op handen en voeten
04. Ik mag dan wel d’n eerste prins zijn bij de Heikneuters met de kortste voornaam, maar dat wil niet zeggen, dat we op de carnaval gaan korten
05. Als er mensen met deze dagen zijn, die er moeite mee hebben om hun koeien gemolken te krijgen, roep dan de raad van elf maar. Zij komen dan wel met de staart zwengelen, want ook met deez daag: Melk Moet
06. Hos en spring net zolang als ge kunt. Als ge er bij neervalt, ga je gewoon op handen en voeten verder
07. ’n Wit voetje halen bij de raad van elf lukt met deze dagen niet, wel een paar blauw tenen
08. Vissen is geen hobby van mij, dus ge kunt me met de carnavalsdagen niet missen
09. Als ik ne steek laat vallen met deze dagen wil ik hem wel graag terug, want een prins zonder steek is geen gezicht
10. Mocht ik ene oogje laten vallen op al dat Heise schoon, geef het dan direkt weer terug, anders heb ik geen oog meer voor ons Riek
11. Heikneuters, groot en klein, dik en dun, jong en oud, knap en lelijk, vier met mij carnaval zoals het hoort onder het motto: “ALS WE DAN TOCH HOSSEN, KUNNE WE OK NOA HET VRÈÈK TOE KLOSSEN”
Gegeven in het Heikneutersrijk, februari 1989
Prins Carnaval 1989
“Ad den Eerste”