Mis niets

Prins Ad I

1989
"Als we dan toch hossen, kunne we ok noa het Vrèèk toe klossen"

Proclamatie

Gekozen om als twee en dertigste prins te regeren over het Heikneutersrijk,

   Baron van den Overweg tot het Vloeieind, Heieind en Vreek

   Beschermheer van de brandkuil

   Grootvorst in de Orde van de Groene Grasmat

   Drager van de Gouden medaille van het andere Rood en Zwart

   Vertrouweling van Boys en Girls

   Beschermheer over het welzijn van alle Heikneuters

   Eerste Prins van de Racing Boys

Geef ik u navolgende punten in overweging:

01. Een en dertig jaar na Ties den Eerste vier we op Vreek weer officieel carnaval en dat moet iedereen maar laten blijken

02. Het voorstel is bij de gemeente gedropt om de brandkuil voor carnaval te mogen vullen met bier, dan kan iedere Heikneuter hier gratis een pilske komen vatten

03. Racing Boys, de Wijkraad en het Vreek kunnen gerust zijn. Direkt na de carnaval kom ik weer bij jullie terug, al is het misschien op handen en voeten

04. Ik mag dan wel d’n eerste prins zijn bij de Heikneuters met de kortste voornaam, maar dat wil niet zeggen, dat we op de carnaval gaan korten

05. Als er mensen met deze dagen zijn, die er moeite mee hebben om hun koeien gemolken te krijgen, roep dan de raad van elf maar. Zij komen dan wel met de staart zwengelen, want ook met deez daag: Melk Moet

06. Hos en spring net zolang als ge kunt. Als ge er bij neervalt, ga je gewoon op handen en voeten verder

07. ’n Wit voetje halen bij de raad van elf lukt met deze dagen niet, wel een paar blauw tenen

08. Vissen is geen hobby van mij, dus ge kunt me met de carnavalsdagen niet missen

09. Als ik ne steek laat vallen met deze dagen wil ik hem wel graag terug, want een prins zonder steek is geen gezicht

10. Mocht ik ene oogje laten vallen op al dat Heise schoon, geef het dan direkt weer terug, anders heb ik geen oog meer voor ons Riek

11. Heikneuters, groot en klein, dik en dun, jong en oud, knap en lelijk, vier met mij carnaval zoals het hoort onder het motto: “ALS WE DAN TOCH HOSSEN, KUNNE WE OK NOA HET VRÈÈK TOE KLOSSEN”


Gegeven in het Heikneutersrijk, februari 1989

Prins Carnaval 1989

“Ad den Eerste”