Proclamatie
Wij, Prins Antoon den Uurste, bij de gratie van alle Heikneuters en Heikneuterinnen, opvolger van Prins Dick den Uurste
Grootvorst van den Dikke
Ridder in de orde van “de Jeneverfles tot Biervat”
Commandeur in de “Orde van de Blauwe Knoop”
Leemsheer van “Clauskes Keul”
Pachtbaas van “Vloeieind en Heieind”
Beschermheer van Hongerigen en Dorstigen
Patroon van het Rijk der Heikneuters
Laten weten aan alle gekken, die dit allen lezen of niet zullen lezen, horen zeggen of niet, met andere woorden dat wij hebben goedgevonden en verstaan de volgende bepalingen:
Wij, Antoon den Uurste, van het Rijk der Heikneuters, vaardigt voor deze dagen volgende 11 punten uit:
01. Viert Carnaval dat de spanen eraf vliegen
02. Den drank is niet voor de ganzen gebrouwen en water is om U te wassen
03. Gebruik mombakkes of feestneus, ge moogt deze laten druipen, blauw aan laten lopen, in de lucht steken, maar steekt ze niet in andermans zaken
04. Treur en zever niet over de duurte, maar zorgt ervoor dat bij de kasteleins de kranen gloeiend worden door het snel lopen van het koude bier, want het bier is weer best
05. Klets en roddelt niet want ge hebt genoeg aan uw eigen
06. Eet en drinkt zoveel ge kunt verdragen, want er komen veertig vastendagen
07. Vecht, scheldt en slaat niet met deze dagen. Als U lust hebt te slaan, sla dan maar op de kist
08. Doe gek en idioot, kijk eens goed rond en je behoeft je niet te schamen, want de wereld is een groot gekkenhuis
09. Zingt zo hard als ge kunt, doch liefst de carnavalsliedjes
10. De kasteleins moeten goei maat geven in de glazen en de feestvierende gemeente mag ’t niet nameten
11. Maakt plezier op zulk een manier, dat ge er lang plezier van moogt hebben en de carnavalsdagen niet vlug zult vergeten
Aldus gegeven, doorgegeven, meegegeven, teruggegeven en weer gewoon doorgegeven en op ’t laatst heel gewoon gegeven, wij, enz., enz., enz.,
Prins Carnaval 1960
“Antoon den Uurste”